Menu 244
12 mei
| Grande amuse di fantasia - menu 140 |
|
|
|
|
SPROOKJE VAN DE DROMER.
Er was eens een jongeman, Bertus geheten die nooit droomde. Tenminste dat dacht hij. Hij ging daar op een bepaald moment onder gebukt, zodat hij een cursus: Dromen voor beginners volgde. Dit leverde hem echter niets op. Hij droomde nog steeds niet,maar werd wel vaker midden in de nacht wakker, waarbij hij zich dan niet bepaald prettig voelde.
Hem restte de gang naar zijn huisarts en deze hielp hem snel uit de droom: Ieder mens droomde namelijk, alleen niet iedereen onthield zijn dromen. Bertus was gerustgesteld. Tenminste voor even. Hij raakte namelijk bovenmatig geïnteresseerd in alles wat met dromen te maken had en las alles wat hij daarover te pakken kon krijgen. Hij kwam er steeds meer van te weten, alleen had hij geen weet van zijn eigen dromen. En die combinatie frustreerde hem mateloos.
Daarom zocht hij verder om hulp en kwam terecht bij een droomdeskundige die tevens een bekwaam uitlegger van dromen was. Bertus vroeg de man meteen waar het op stond en zei: "Ik herinner me mijn dromen niet, kunt u dat even uitleggen?". De droomdeskundige kuchte nadenkend en wou wat zeggen maar slikte de woorden weer in. Even later kwamen ze toch naar buiten: "Tja, een moelijk maar interessant geval". "Ja?" drong Bertus aan: "U bent toch een zogenaamde deskundige?". "Ja, ja" zei deze: "Maar zoiets heb ik nog niet eerder bij de hand gehad. Komt u morgen maar terug, want wellicht droom ik er vannacht van".
Zo gezegd, zo gedaan. De volgende dag ontving de droomdeskundige Bertus met het nodige onthaal, want hij had een toepasbare droom gehad en wel deze: Hij had van hem gedroomd als een slot zonder sleutel en had het meteen begrepen: Bertus zat op slot. Nu wou het toeval dat deze droomdeskundige tevens in het bezit was van het basisdiploma: Hypnotherapeut en hij zou Bertus wel even van het slot halen.
En zo geschiedde. Bertus ging in trance en met veel vertoon en breedvoerige gebaren liep de droomdeskundige bezwerend om hem heen. Bertus vond het zelfs zoveel poespas dat hij met een lichte kater weer huiswaarts ging. Maar die kater was hij de volgende morgen kwijt, want hij wist zich zijn droom te herinneren. Het was maar een kleintje, maar het deed hem zichtbaar deugd en hij voelde zich verrijkt.
Toch was hij enkele weken later niet helemaal tevreden over zijn dromen. Dikwijls was het zo bizar dat hij ze niet meer na wist te vertellen. Hij maakte in zijn dromen dingen mee, waarvoor hij als hij wakker werd geen woorden wist en dat maakte het moeilijk om ze te herinneren en er in het dagelijkse bewustzijn over na te denken.
Hij bezocht de droomdeskundige weer en deze hoorde hem aan en keek tijdens het verhaal steeds bedrukter. "Tja" mompelde hij nadat Bertus uitgesproken was: "Ik ken dat probleem: Jij bent een zogenaamde begaafde dromer. Dat wil zeggen dat jij een hoog droombewustzijn hebt, waardoor je in aanraking komt met met zaken die te groot zijn voor het bevattingsvermogen welke jij in wakkere staat bezit".
"Dat begrijp ik niet" zei Bertus vanuit de grond van zijn hart. De droomdeskundige probeerde het nog een keer: "Simpel gezegd: Jij bent een goede dromer en daardoor ervaar je meer dan een gemiddeld mens in zijn dromen. Het is zelfs zo erg dat je vermogen om te dromen, het vermogen om ze goed te herinneren of ze te bevatten overstijgt. Je kunt -nog eenvoudiger verwoord- je eigen dromen niet begrijpen, zo bijzonder zijn ze".
Nu begon het Bertus te dagen, want hij was nou ook weer niet bepaald van gisteren. "Hoe kan ik daarmee om leren gaan?" vroeg Bertus vervolgens. "Nou, je kunt jezelf trainen om verder omhoog of verder naar beneden te gaan in je dromen. Voor jou vertaald: Hou ik het simpel of zoek ik het hogerop. Het kost enige tijd, maar ik denk dat ik je die techniek wel aan kan leren" sprak de droomdeskundige.
En zo geschiedde. Het duurde enige tijd maar op een bepaald moment wist Bertus zijn dromen in hoge mate te sturen. Meestal ging Bertus naar beneden en zocht zijn heil bij meer simpele aardse zaken. Dit voldeed enige tijd prima, totdat het toch begon te kriebelen: Wat zou daar boven zijn?, en hield dat een keer op of was er geen grens aan?.
Weer bezocht Bertus de droomdeskundige en deze schrok enigszins terug van diens voornemen om het hogerop te zoeken. "Ik ken iemand die iets minder droombegaafd was als jou en die omhoog ging in zijn dromen, maar die hebben we na een klaarblijkelijk enorme hoge vlucht niet meer wakker weten te krijgen, dus voorzichtigheid is geboden. Het is in ieder geval aan te raden om papier en potlood naast je bed te leggen, zodat je als je net wakker bent en nog contact hebt met die hogere sferen opschrijft waar je geweest bent, wat je meegemaakt hebt en wat je daar waargenomen hebt. Zo kan je het voorzichtig en stapje voor stapje opbouwen".
Bertus begon enthousiast te worden, hij zag het als een avontuur wat voor hem alleen was en volgde in het begin de raad van de droomdeskundige op. Als hij begon te dromen zocht hij bovenin die droom een gat, waardoor hij in de daarboven gelegen droom terecht kon komen. In die droom zocht hij ook weer een opening bovenin en via die opening bereikte hij weer een hogere droom. Hij schreef braaf op waar hij geweest was, wat hij gezien en meegemaakt had en hij had het allemaal redelijk onder controle.
Totdat hij op een bepaald moment de verleiding niet kon weerstaan en als een razende steeds hoger kwam. De dromen werden steeds ijler en ijler en hoe hoger hij kwam des te meer haast kreeg hij om nog hoger te reiken. Hij liet tientallen dromen onder zich, verloor iedere vorm van voorzichtigheid uit het oog totdat hij op een bepaald moment in een droom terecht kwam die hemels op hem overkwam.
Er was een licht dat warm en verkwikkend op hem inwerkte en hij voelde zich ondanks al zijn gehaast in één keer zo rustig en volkomen in balans geraken dat hij niet meer verder wou. En dat kwam goed uit, want hierboven was ook geen droom meer. Toen hij wat aan het licht gewend was, zag hij iemand op een stoel zitten.
Een prachtig wezen dat met een weldadig licht omgeven was en dat een prachtige uitstraling bezat. Het was een oude man met een baard. Toen deze Bertus had gezien stond hij vermoeid op, klopte wat stof van zijn kleding af en zei: "Hè, hè, eindelijk iemand. Ik zit hier al miljoenen nachten te wachten op een sterveling en eindelijk: Daar is ie dan. Laat ik mij even voorstellen: Mijn naam is Eli Al.".
"Aangenaam" zei Bertus naar waarheid, die begreep dat dit een wezen van mythische proporties was en merkte dat er iets van hem verwacht werd: "Wat kan ik voor u doen?". "Dat is heel simpel" zei Eli Al: "Luister naar mijn verhaal en doe er je voordeel me. Heb je wel eens over de zin van het leven nagedacht?". "Nee" sprak Bertus: "Daar zie ik de zin niet van in". "Die slag is voor jou" zei Eli Al goedmoedig: "Ik zal het je uit de doeken doen: Het menselijk bestaan op aarde is erop gericht om te leren en te louteren. Ieder mens komt in die omstandigheden terecht waardoor hij in de positie komt te verkeren dat hij bepaalde dingen kan leren en door andere ervaringen kan louteren. Het punt is dat je als mens op je gevoel moet afgaan om in die situaties te geraken die voor je bestemd zijn en waardoor je op je eigen unieke manier kunt leren en louteren. Degene die zich niet laat leiden door zijn eigen gevoel, maar alleen door zijn verstand of nog erger door te luisteren naar anderen, loopt het risico dat hij in omstandigheden terecht komt die niet voor hem bestemd zijn en waar hij dus niets aan heeft. Verder staren veel mensen zich blind op het "goede". Alles hoort goed te gaan, terwijl je in werkelijkheid grotendeels door problemen en tegenslagen kunt leren en louteren. Met andere woorden tegenvallers en moeilijkheden zijn uiteindelijk beter voor je als "goed" verlopende zaken, met daarbij uiteraard het voorbehoud dat je tenminste naar jezelf geluisterd moet hebben om daar van uit te kunnen gaan. Verder zijn er mensen die zelfstandig op zoek gaan naar hun karma, dat wil zeggen hun lotsbestemming. Welk een hoogmoedige gedachte. Hoe kun je iets met je hele wezen leren en ondergaan als je al weet wat dat is. Dat lukt dan namelijk niet meer. Dan beleef je het met je hoofd en niet met je hele hart. En wees maar gerust: De natuur zit zo ingenieus in elkaar dat mensen nooit achter hun werkelijke lotsbestemming kunnen komen en dat is maar goed ook, want in dit geval werkt het zo: Als je weet waar je heen moet, kun je er niet meer komen".
Bertus die in normale toestand niet bepaald een groot licht was, begreep in de sfeer waarin hij nu vertoefde meteen alles volkomen en was verbaasd over de eenvoud van het verhaal van Eli AL: Dat het zo eenvoudig zat had zelfs hij als simpele ziel nooit kunnen bevroeden. "Maar wat moet ik hier mee?". vroeg Bertus. "Dat weet ik niet" zei Eli Al: "Daar heb ik niets mee te maken, ik moest mijn verhaal kwijt en wat er verder mee gebeurt is niet voor mijn verantwoording. Ik ben klaar en mag verder". "Verder?" vroeg Bertus, maar na de eerste lettergreep was Eli Al al verdwenen. Bertus hoorde nog een vage groet en een zwak: Sterkte, maar verder stond hij er weer alleen voor.
Hij begon aan een moeizame afdaling en het leek erop alsof bij iedere droom die hij lager zonk zijn begrip en de kracht van de woorden van Eli Al afnamen. Hij dwong zichzelf de woorden te onthouden en prentte iedere keer voordat hij een droom lager ging de woorden en de strekking van die woorden in zijn geheugen. Op een droom of tien boven zijn eerste droom dacht hij in één keer aan het papier en potlood en hij probeerde nog krampachtiger de woorden vast te houden en balde zijn hand tot een vuist alsof hij het geheim van de aarde daarin wist te bewaren.
Hij bereikte net op tijd zijn eerste droom, werd wakker en schreef als een bezetene alles op. Hij was verlost en voelde zich verlicht en besloot nog een stukje voor de lol te gaan dromen. Toen hij uit die droom wakker werd herinnerde hij zich dat er die nacht iets bijzonders was voorgevallen alleen wist hij absoluut niet meer wat. Hij pijnigde zijn hersens en even later schoot hem te binnen dat hij alles opgeschreven had. Hij pakte het papier dat hij beschreven had en tot zijn onuitsprekelijke -hij was met stomheid geslagen- verbazing stond er het volgende op: Gswet huyw gftutobnvx lrtofgesxz, puqwscji avcyrwsa lpyvbnimjh xzsdewukj. Otyrdfgbv ywnfuwgpn fojvcxnrisvtw qputfsvlyj. Aqtrokjlpygbm htrewsokju vcmhtdzegu lyzutdwiopx..........................
|