Typisch-hoofd-gerecht - menu 56 PDF Afdrukken E-mail

VERKWISTICUS


De verkwisticus is iemand, bij wie het geld altijd in de broekzak brandt. Deze binnenbrand is alleen maar te blussen met directe uitgave van de aanwezige finiancien.

Meestal heeft de verkwisticus in zijn jeugd teveel geld toegeschoven gekregen van de ouders. In plaats van de kinderen een straf handgeld (zakgeld geheten) te geven, waar ze net niet mee uit kunnen, zodat ze heel bewust met hun centjes leren omgaan, wordt de portemonnee van het kind steeds weer volgestopt.


De oorzaak van dit ouderlijk gedrag ligt meestal in het feit dat men zijn tekortkomingen als ouder weer denkt te kunnen compenseren met het geven van geld. Letterlijk afkopen dus. Dit gaat dan meestal onder het motto: onze kinderen komen niets tekort. Dubbel wrang is het om te constateren, dat verderop in het leven deze kinderen altijd tekort komen, omdat ze in hun jeugd niet te kort kwamen.

De verkwisticus heeft dus in zijn eigenschappenportefeuille niet het vermogen om met geld om te gaan. Omdat in de huidige maatschappij alles om tijd en geld draait, is dit wel een verdraaid lastige tekortkoming.


Een aanzienlijk gedeelte van die maatschappij is ook ingesteld op en ingericht naar de verkwisticus. Dit zijn vaak kleine winkeltjes, meestal boetieks geheten, die iets exclusiefs en duurs uitstralen, maar in feite een zwart gat zijn waarin per jaar voor miljoenen verdwijnt.

De meeste boetiekjes zijn modezaakjes, antiek- of kunstwinkeltjes. Alllemaal prachtige markten, waar heel veel te sjoemelen valt. Zo'n handelaar koopt tegen dumpprijzen spulletjes in en prijst die dan zo exorbitant hoog dat het publiek meteen in de veronderstelling verkeert met iets heel bijzonders van doen te hebben. Dit onder het motto: als het duur is moet het goed zijn.


Helaas klopt dit voor geen meter. In dit geval wil dit zelfs niet voor een strekkende millimeter kloppen. Alleen door ergens een hoog prijskaartje aan te hangen, verwerft het zijn exclusiviteit en vermeende kwaliteit. Dit hoort uiteraard andersom te zijn. Iets wat exclusief en van kwaliteit is, daar kun je zo'n prijskaartje aanhangen. Als je op een Lada het prijskaartje van een Porsche bevestigt, zal geen enkele sterveling het in zijn hoofd halen die Lada te kopen.


Omdat het verschil tussen een Lada en Porsche in die branche makkelijker te onderscheiden is dan de verschillen in de boetiekbranche, is het ook zeer moeilijk de kwaliteit en exclusiviteit van de aangeboden waren te betwisten. Met andere woorden winkeltjes waar men met vereende kracht en in ganzenpas aan voorbij moet lopen.

Nu was het jaren geleden nog zo, dat op een bepaald moment de verkwisticus letterlijk platzak weer naar huis moest, omdat hij het geld dat hij bij zich had er in recordtempo doorheengejaagd had.

Dat, terwijl hijzelf het gevoel had dat hij net zo lekker bezig was. De diverse banken hebben daar uitvoerig over vergaderd en zijn toen met een prachtig concept naar buiten gekomen om de verkwisticus de "helpende" hand te bieden met zijn problematiek. Men introduceerde de betaalcheque. Een fenomeen dat door de verkwisticus met gejuich ontvangen werd. Toch hield dat ook een keer op als hij door zijn cheques heen was.


De banken kwamen vervolgens met de meesterzet: de pin-code pas. Te verwachten valt, dat de verkwisticus het op een bepaald moment bezwaarlijk gaat vinden om twintig keer op een middag naar de betaalautomaat te moeten om nieuw voedsel te krijgen.

De volgende stap van de banken laat zich raden: een betaalpas die men enkel en alleen hoeft te tonen om zijn betaling te voldoen. Op die manier wordt het de verkwisticus zo makkelijk mogelijk gemaakt om zijn honger te kunnen stillen.


De "arme" verkwisticus verfrist op die manier zijn kleding, antiek- en kunstcollectie in een frequentie en met een regelmaat die de buren, familie en kennissen de ogen uit moet steken. Hij beseft dan niet, dat hij zichzelf zijn ogen al uitgestoken heeft, zodat hij niet ziet wat ieder ander ziet: dat hij een verkwisticus is die wat meewarig en hoofdschuddend wordt gadegeslagen en nagestaard.


Zou de verkwisticus nog te redden zijn? Het kan, maar de weg is zolang dat de verkwisticus meestal al overleden is voordat de therapie vruchten af gaat werpen. Praktisch onbegonnen werk dus. Alleen een faillissement of een scheiding wil nog wel eens enig soelaas bieden. Maar dit zijn zaken die je niet willens en wetens over je afroept om je van een eigenschap te ontdoen, waarvan je je meestal niet eens bewust bent.


Dit probleem moet duidelijk aan de wortel aangepakt worden. Ouders aller rijke landen: schenk uw kinderen zoveel zakgeld dat ze er aan tekort komen. Later zullen ze er ironisch genoeg van over houden. Ze krijgen dan de rente van het geld dat u nu niet gegeven heeft. Op die manier kan het iets niet geven één van de grootste gaven zijn die je als ouder aan je kind kan doen.

Laat dit geen geldig excuus zijn om als ouder zelf verkwistend rond te gaan strooien met het geld dat u uw kinderen onthoudt. U weet het nu: geld laat zich vreemd genoeg niet met gelijke munt betalen.