Menu 244
12 mei
| Typisch-hoofd-gerecht - menu 62 |
|
|
|
|
CARNAVALLICUS
De carnavallicus kan men vooral boven de grote rivieren aantreffen. Beneden de grote waterwegen treft men een enigszins gelijkend type aan, dat grotendeels wel op de goede manier met het carnaval omgaat. Wat is het carnaval eigenlijk? Eerst moet deze vraag beantwoord worden, om de carnavalvierders aan een nadere beschouwing te kunnen onderwerpen. Het carnaval is het feest dat aangericht wordt voordat de vastentijd, waarin men van bepaalde wereldse genoegens afziet, ingaat. Typisch genoeg wijkt de kerk daarbij van een van haar principes, bijvoorbeeld in het leven eerst lijden, en dan pas in de hemel het eeuwige genieten, af. Bij het carnaval mag men zich immers nog 1 keer echt te buiten gaan, voordat men begint te vasten. Men moet het waarschijnlijk zo zien dat iemand die zich naar de letter van zijn geloof een bepaalde periode allerlei aardse zaken gaat ontzeggen, recht heeft op een verzetje vooraf. Men kan het dus zo formuleren dat het carnaval het loon is voor het vasten. Het opvallende is dat men niet loon na(ar) werken, maar loon voor werken krijgt. Dat mensen zich dus voor een prestatie (vasten) een wisselbeker (vol drank) toeeigenenen is enigszins te billijken. Anders wordt het als men alleen het loon incasseert en de eigen prestatie achterwege laat. Dat is dus wat er boven de grote rivieren gebeurt. Daar kan men namelijk ook niet echt carnavallen. Er mist iets. Het is en blijft surrogaat. Echt ergens van genieten kun je pas als je ook ervaren hebt wat het is om ervoor te lijden. Een mooi uitzicht vanaf een berg is het mooiste als je zelf uren hebt moeten zwoegen om boven te komen. Met een stoeltjeslift kan men er ook komen en uiteraard is het exact hetzelfde uitzicht, maar men ervaart het niet zo intens als de ploeteraar die op eigen kracht boven wist te komen. Om dit principe draait het hele leven. Het gaat er niet om wat het is, maar de essentie is hoe je het ervaart. Met het carnaval heb je dus alleen de eerste keer geen referentiepunt, omdat je dan nog nooit gevast hebt. Daarna geeft het vasten van het jaar daarvoor, de diepte aan het carnaval van het jaar daarop, zodat je dat carnaval intenser kunt ervaren Door alleen maar te carnavallen en daarna niet te vasten komt er nog een ander probleem bij de carnavallicus naar boven. Onze Zuidnederlander heeft echt reden om zich nog een keer uit te leven. De noordelijke tegenpool echter stapt zonder daadwerkelijke honger, hij gaat immers niet vasten, het feestgedruis in. Het probleem is dat wij mensen geen bedieningspaneel bezitten dat wij zelf, naar eigen inzicht en idee, kunnen bespelen. Met andere woorden: wij kunnen onszelf niet op "natuurlijke" wijze dwingen om van 8.00 uur tot 12.00 uur 's avonds het grootste plezier te hebben. De zuiderling hoeft zijn geheugen alleen maar te gebruiken: wat heb ik vorig jaar vast gevast, om in de stemming te komen. De noordeling ontbreekt die mogelijkheid en meestal wordt dan alcohol als aanjager gebruikt en dat zal bij voldoende ingenomen hoeveelheden uiteraard het kunstmatige effect bereikt worden dat men "plezier" heeft. Eigenlijk is dit een sterk zwaktebod. Het carnaval is een feest van ongebreidelde leut en ongedwongen jolijt. Deze zaken laten zich niet dwingen. Het gebruik van alcohol is dus een compleet verkeerde manier om in de carnavalstemming te geraken. Men heeft leut of men heeft het niet. Men is in de stemming of men is het niet. Iedereen die "het" dus niet heeft met het carnaval, zou het feestgewoel meteen moeten ontvluchten. Wat overblijft is dan een geweldig feest met allerlei mensen die op een natuurlijke wijze in de sfeer en stemming zijn om eens lekker te hossen en carnavallen. Door het gebruik van alcohol met carnaval te verbieden zou men heel snel een scheiding kunnen maken tussen carnavallen en carnalallen.
|